Wie al wat langer in de Rivierenbuurt woont, kent hem vast: Karel Lelieveld, inmiddels al twintig jaar een vertrouwde bewoner van de wijk. Zijn levensverhaal begint echter decennia eerder, in 1938, in de Haagse wijk Loosduinen, waar hij werd geboren als zoon van een tuinder.
Karel’s moeder overleed bij zijn geboorte, waardoor hij zijn eerste jaren doorbracht in een weeshuis. Later volgden periodes in het beruchte Huize Groenesteijn en in een pleeggezin. Ondanks de zware omstandigheden ontwikkelde hij al jong een liefde die hem nooit meer zou verlaten: lezen en schrijven.
Urenlang speuren
Toen Karel volwassen werd, vond hij zijn plek in de Haagse Kunstkring, waar hij kennismaakte met schrijvers, schilders en andere kunstenaars. Het was een omgeving die zijn blik verruimde en zijn liefde voor kunst verder vormgaf. Hoewel hij zelf geen kunstenaar wilde worden, wist hij al snel waar zijn hart lag: het verzamelen en handelen van antiek, boeken, manuscripten en muziekpartituren.
Veel van zijn vondsten deed hij op de markten aan de Beestenmarkt en de Herman Costerstraat, waar hij urenlang kon speuren naar bijzondere uitgaven. Hij reisde bovendien regelmatig mee met handelaren naar Brussel, een stad waar de antiekhandel levendig en verrassend was. Deze ervaringen leidden uiteindelijk tot de opening van zijn eigen antiekwinkel aan het Groenewegje. Daar organiseerde hij ook tentoonstellingen, vanuit de overtuiging dat kunst gezien en gedeeld moet worden.
Idealisme en plezier
Toen de prijzen van antieke boeken bleven stijgen, verlegde Karel zijn focus naar muziekpartituren. Op initiatief van conservatoriumdirecteur Jan van Vlijmen opende hij een winkel in het Conservatorium. Ook daar zette hij zijn traditie van tentoonstellingen voort. Een van de meest bijzondere was die met schilderijen van Arnold Schönberg, die zelfs werd bezocht door Koningin Beatrix.
Naast zijn werk in de kunsthandel was Karel ook maatschappelijk betrokken. Hij maakte deel uit van het Schilderswijk Comité, gedreven door een sterk idealisme en de wens om bij te dragen aan een leefbare buurt.
Karel heeft in zijn leven opmerkelijke vondsten gedaan. Zo had hij ooit een handgeschreven manuscript van Jean Sibelius in bezit. Hij kocht een partituur van componist Anton Reicha van de familie van Joseph Fouché, de minister van Politie onder Napoleon. En hij bemachtigde eens twee tekeningen van Gustav Klimt voor een schappelijke prijs, die later veel meer waard bleken.
Tegenwoordig staat alles op een wat lager pitje, maar wie Karel kent, weet: het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Af en toe verkoopt of koopt hij nog steeds een bijzonder kunstwerk – gewoon omdat het plezier nooit is verdwenen.
Tekst en foto’s: Steven Scholten
